We kwamen een onderzoek tegen dat eigenlijk heel simpel een vraag beantwoordt waar je waarschijnlijk middenin zit: waarom wil de één wel met AI werken en de ander totaal niet? Het blijkt dat dat minder met vaardigheden te maken heeft dan je soms denkt of hoopt. Het gaat vooral om hoe mensen AI ervaren in hun werk met leerlingen en studenten.
De onderzoekers beschrijven vijf dingen die vaak in de weg zitten. Ondoorzichtigheid: je ziet niet hoe AI tot een antwoord komt, dus het voelt al snel onbetrouwbaar. Emotieloosheid: het mist menselijkheid, wat schuurt in contact met leerlingen en studenten. Starheid: AI lijkt slecht om te gaan met uitzonderingen of nuance. Verlies van autonomie: het gevoel dat je als docent minder zelf bepaalt. En groepsgevoel: AI voelt als iets van “buiten”, niet passend bij hoe jullie werken. Zelfs als AI supergoed werkt, wil dat dus nog niet zeggen dat mensen het ook gaan gebruiken.
Wat betekent dit nou voor jou? Als je merkt dat collega’s afhaken bij AI, heeft het weinig zin om nóg een tool of training aan te bieden. De kans is groot dat er iets anders speelt. Vraag eens door: waar zit de twijfel precies? Is het controle, vertrouwen, of past het gewoon niet bij hoe iemand naar goed onderwijs kijkt? Door dat gesprek te voeren, krijg je veel sneller beweging dan door alleen de techniek uit te leggen. En praktisch: laat collega’s klein beginnen, bijvoorbeeld met één concrete taak rondom hun werk met leerlingen en studenten, en bespreek daarna samen wat wel en niet werkte. Dat maakt het meteen minder abstract en minder spannend.
